Scriptiesymposium

Op 4 maart aanstaande organiseert GSV Excalibur in samenwerking met Ex Tempore het jaarlijkse scriptiesymposium. Dit jaar is het symposium door de gevolgen van het coronavirus online te volgen: een perfecte mogelijkheid om inzicht te krijgen in het onderzoek van vijf (voormalige) geschiedenisstudenten!

Het symposium zal door dr. Anneleen Arnout voorgezeten worden en zij zal om 19:00 de avond openen; de inloop is vanaf 18:45. De avond zal rond 21:30 worden afgesloten. De link naar de livestream wordt te zijner tijd naar het door u opgegeven mailadres verstuurd.

Mocht u vragen hebben, schroom dan niet om deze te sturen naar publieksgeschiedeniscommissie@gmail.com

Wilt u dit evenement bijwonen? Schrijf je dan nu in via onderstaande link

Sprekers

Kris van der Aar (BA)

'Een onduldbare uitdaging. De bestrijding van de Nationaal Europese Sociale Beweging, 1953-1955'.

De Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB) was een politieke organisatie die in 1953 door oud-SS’ers werd opgericht en die – zonder succes – probeerde het nationaalsocialisme in een meer Europese vorm te doen herleven. Al in 1955 verklaarde de Hoge Raad de NESB verboden. Centraal in dit onderzoek staat de vraag waarom de Nederlandse staat het noodzakelijk achtte de partij, die zeer weinig aanhangers had en voortdurend in financieel zwaar weer verkeerde, toch op een dusdanige wijze te bestrijden dat deze actie uitmondde in een partijverbod. De NESB dient zodoende als casus om de bestrijding van politiek extremisme van door voormalige politieke delinquenten geleide partijen te duiden. Voor dit onderzoek, waarin ik ook de bestrijding van de partij door de media heb bestudeerd, heb ik dossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, parlementaire stukken, krantenartikelen en jurisprudentie geanalyseerd. Hieruit is gebleken, zo betoog ik, dat de minister van Justitie en het Openbaar Ministerie de NESB niet hebben getracht te laten verbieden uit angst voor het (mogelijke) gevaar van de antidemocratische partij, maar vanwege de moreel-ethische opvatting dat de NESB de Nederlandse bevolking had ‘getart’. Ik toon vervolgens het problematische karakter aan van deze legitimering van een partijverbod in een (net weer opgebouwde) democratische rechtsstaat.

Emiel Geurts (BA)

'Tussen activisme en advisering: de Nederlandse milieubeweging naar Europa: de Europeanisering van Milieudefensie en de Waddenvereniging (1974-1980)'.

Emiel schreef zijn scriptie over twee Nederlandse milieuorganisaties die tijdens hun samenwerking in een Europese koepelorganisatie gedurende de jaren 1970-1980 een andere visie ontwikkelden op de koers van die koepelorganisatie. Op deze manier wilt hij wat licht schijnen op de invloed van niet-statelijke actoren op het Europese integratieproces.

Matthijs Kraijo (MA)

'Breathing the air of Suriname? The life course of Hindostani labour migrants after indenture in Suriname, 1873-1940'.

Dit onderzoek analyseert de levensloop van Hindostaanse contractarbeiders in Suriname tussen 1873 en 1940, specifiek gericht op de keuze tussen remigratie en vestiging na de afloop van hun vijfjarige contractperiode. Deze keuze wordt verklaard aan de hand van enerzijds persoonlijke, demografische gegevens op basis van immigratieregisters en anderzijds de Surinaamse (plantage-)context. Deze scriptie toont aan dat onder andere geslacht, persoonlijke relaties en het verschil tussen mono- en polycultuur op de plantages van invloed zijn op de keuze tussen repatriatie en permanente vestiging. In deze analyse wordt niet alleen gebruik gemaakt van databases, maar wordt deze kwantitatieve informatie toegelicht, gecontextualiseerd en bekritiseerd aan de hand van kwalitatieve bronnen, zowel vanuit het perspectief van de koloniale overheid als van de Hindostanen zelf. Het onderzoek plaatst zich daarmee in een lacune in de wetenschappelijke discussie, welke zich vooral focust op de morele aspecten van het systeem van contractarbeid en draagt bij aan het wetenschappelijke en publiekelijke begrip van het leven van 34.000 migranten uit India.

Bram Ruber (BA)

'Student, sociëteit of syndicaat? Over de opkomst en duiding van het non-conformisme in de Nijmeegse studentengemeenschap, 1956-1963'.

“In de meeste recente editie van een universiteitsgeschiedenis concludeerde auteur A. Schreuder dat er geen sprake is geweest van een voorrevolutie op de Nijmeegse bezetting van de aula in 1969. In mijn scriptie heb ik deze zienswijze geproblematiseerd, door een stukje vergeten universiteitsgeschiedenis in een nieuw daglicht te stellen. Aan de hand van het Nijmeegs Universiteitsblad (NUB) laat ik zien dat er op verschillende vlakken al in de jaren 50 kon worden gesproken van een opkomend non-conformisme onder Nijmeegse studenten. Deze bevindingen sluiten aan op de zienswijze, van prominente ‘sixtie-historici’ zoals James Kennedy, dat de jaren vijftig een voorportaal waren van de onrust in de jaren zestig. Aan de hand van levendige studentenverhalen wordt duidelijk dat binnen het NUB, destijds het beste en meest gelezen studentenblad van Nederland, een aantal creatieve en bevlogen redacteurs verzameld waren, die de voorhoede vormden van de progressieve stroom studenten die Nederland tot een van de meest vrijgevochten landen van de wereld zou maken. Dat alles aan een Katholieke Universiteit eind jaren vijftig waar het Nijmeegse Studentencorps hoofdzakelijk te scepter zwaaide.”

Thom Tolboom (BA)

'Een orthodox vrijbuitster: de representatie van Geertruida Bosboom-Toussaints auteurschap'.

Mijn onderzoek betreft de representatie van het auteurschap van Geertruida Toussaint (1812-1886), een opmerkelijk figuur vanwege het feit dat ze de enige grote vrouwelijke literaire beroemdheid was in de negentiende eeuw. De representatie van haar schrijverschap is bekeken vanuit drie verschillende optieken: de manier waarop zij zichzelf presenteerde aan haar publiek en de literatuurkritiek, het beeld dat eigentijdse kranten en tijdschriften van haar schetsten en ten slotte het beeld dat na haar dood is gevormd in biografieën over de schrijfster. Aan de hand van de aan de literatuurwetenschap ontleende methode van ‘posture-analyse’ heb ik conform de gebruikte optieken drie auteursbeelden van mevrouw Toussaint geschetst en tegen elkaar afgewogen. De frictie, of het gebrek daaraan, tussen haar eigen auteursbeeld en het beeld dat van haar geschetst is door de (contemporaine) media laat zien hoe succesvol ze was in het creëren van een narratief over zichzelf. Een analyse van het derde auteursbeeld laat zien hoe er onder invloed van veranderende begrippen van kunst en vrouwelijkheid betekenis is gegeven aan Toussaints auteurschap.