We bellen!

Door: Dionne Wilbrink

Sinds dat het niet meer mogelijk is om gezellig bij elkaar op de koffie te gaan, een afspraak te maken met je docent die je essay heeft nagekeken of je moeder een knuffel te geven, bellen we wat af. Vooral apps waarmee mensen met elkaar kunnen videobellen zullen nu aardig in trek zijn. Kennelijk vinden we het toch fijn om elkaar te zien als we met elkaar praten. Zelf kan ik dit beamen: toen mijn vriend 5 maanden naar het buitenland ging vond ik het geweldig om hem af en toe in ‘levende lijven’ te spreken. Tegelijkertijd ben ik iemand die heel ongemakkelijk kan worden van bellen, vooral als iemand een slechte verbinding heeft. Er valt een stilte, je wil hem opvullen en dan blijkt dat die andere persoon ook wat wilde zeggen. Je stopt, de persoon met wie je praat stopt ook en uiteindelijk kijk je elkaar een beetje ongemakkelijk aan. Jammer genoeg voor mij ben ik ook nog eens een flapuit waardoor ik al een aantal pijnlijke momenten heb moeten beleven.

Het begon allemaal toen ik de eerste week van de quarantaine ging verhuizen. Mijn vorige huisbaas wilde niet meer langskomen om de kamers te bekijken, dus hij besloot via WhatsApp de oplevering van mijn oude kamer te doen. Hij stuurde mij het nummer waar ik hem op kon videobellen en nadat ik hem had toegevoegd ging ik naar zijn WhatsApp-profiel om hem te bellen. Mijn oog viel op de profielfoto van de persoon van wie het nummer was. Dit was namelijk niet de Indische jongeman met grote zwarte baard die ik kende als mijn huisbaas. De foto was van een blanke man van rond de 50 in een net overhemd. Ik dacht er niet te veel van op dat moment, omdat mijn huisbaas een bedrijfje heeft en ik dacht: “Misschien is dit de partner met wie hij samenwerkt”. Een beetje gespannen, maar met goede moed, druk ik op het cameraatje. Als er wordt opgenomen zie ik alleen een oor en hoor ik een man die verbaasd “HALLO?!” schreeuwt. Deze man was er overduidelijk niet van op de hoogte dat ik zou bellen. “Is dit Rifat?”, vraag ik nog een beetje twijfelend, al wist ik allang dat dit niet mijn huisbaas was. Nog steeds heeft de andere man niet door dat ik hem videobel dus toen ik begon te praten knalde mijn stem met veel geweld door zijn oor. De man trekt de telefoon in een ruk weg en ik kijk naar zijn verschrikte gezicht. Nee, dit was zeker niet Rifat. 

Goed, dit kan natuurlijk gebeuren maar zelfs toen ik mijn huisbaas vroeg om het goede nummer, stuurde hij me per ongeluk het verkeerde nummer. Deze keer was het slachtoffer een vrouw die veel bloemetjes op haar profielfoto om haar heen had verzameld. Wijselijk besloot ik deze keer niet te bellen en nog maar een keer te mailen om het goede nummer. Driemaal is scheepsrecht en gelukkig kon ik mijn kamer zonder veel problemen opleveren. 

In de weken die volgden kwam ik een beetje over mijn bel-angsten heen. Gesprekken met docenten gingen best lekker op een paar ongemakkelijke slippertjes na, al denk ik niet dat zij het zo door hadden. En zoals altijd heb ik mijn ouders die me steunen op dit soort momenten. Zonder dat ze het door hadden, hebben ze me in een klap over deze ellende heen geholpen. Ik kwam er namelijk achter dat het altijd erger kan. Om een lang verhaal net iets minder lang te maken (het is nog steeds lang, alsof ik deze stilte ook probeer te vullen): mijn oom is een tijd geleden, op 23 maart, op de IC-afdeling in Leeuwarden opgenomen. Na een lange periode waarin hij in slaap werd gehouden, lukte het hem om na bijna 4 weken weer terug te krabbelen van deze akelige ziekte. Hij kon langzaamaan weer praten en mijn familie, die allemaal in Eindhoven wonen, vonden het fijn als ze met hem konden videobellen. Zo ook mijn vader, de grootste digibeet die ik ken als het aankomt op zijn telefoon (terwijl hij toch meer dan 40 jaar als ICT’er heeft gewerkt). Hoe dan ook, papa en mama dachten dat het daarom een goed idee was om met mij een rondje te test-videobellen. Mijn moeder belde als eerste en hoewel dat allemaal goed ging, moet ik haar denk ik wel nog eens uitleggen dat als je de telefoon vanonder houdt, je er meestal niet op je best uitziet. Ze probeerde mijn vader toe te voegen en zelfs dat ging goed totdat mijn vader de telefoon moest opnemen. Ze zaten samen in dezelfde kamer en ik hoor mijn vader door de telefoon van mijn moeder roepen: “Hoe neem ik dan in Gods naam op?!” Alles wat daarna volgde, deed me denken dat het misschien beter was als mama dat niet had uitgelegd. Een schelle toon van twee telefoons die te dicht bij elkaar in hetzelfde ]gesprek zitten galmde door mijn kamer. Het duurde welgeteld vijf minuten voor ze wisten dat ze niet zo dicht bij elkaar moesten zitten. Papa’s hoofd was veel te dichtbij en ik kon de rimpels op zijn voorhoofd tot in detail bekijken en – ondanks dat hij zich bewust was van het feit dat we aan het VIDEObellen waren – besloot hij toch een paar keer de telefoon naar zijn oren te brengen. De lieve man is al bijna 70, dus het is hem vergeven. 

Waarom vertel ik dit nu allemaal? Ten eerste om mezelf wat afleiding te geven, je moet iets deze dagen. Ten tweede omdat ik hoop dat jij als lezer er ergens toch een beetje om kan lachen en ten derde omdat we nog wel even zo door moeten blijven gaan en ik alle mensen die net zo’n bel-angst hebben als ik even een hart onder de riem kan steken. We slaan ons er wel doorheen en ergens ben ik ook wel heel erg blij dat we deze mogelijkheid hebben. Stay safe en hopelijk kan ik jullie dit soort stomme anekdotes snel weer in het echt vertellen! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *